“Rien de plus, rien de moins”

We bezochten Épernay, historisch middelpunt van de Champagne. Het was 30 °C, maar het voelde als veertig. De geselecteerde camperplek was naargeestig. En zelfs de pétanquebaan pal ernaast deed daar niets aan af. Mijn gezelschap wilde meteen weer vertrekken. Naar een plek met meer verkoeling en sfeer.

Maar ik wilde naar de kelders. Naar de caves van de Avenue de Champagne. Een sprookjesachtig ondergronds labyrint, waarnaar je met liften kan afdalen tot wel dertig meter diepte. Naar oneindige tunnels waar de grote champagnehuizen hun voorraden opslaan en waar de belletjes ontstaan. Uiteraard volgens de méthode traditionelle, het magische rijpingsproces van champagne. Bij deze methode wordt aan gewone wijn op fles de zogenaamde liqueur de tirage toegevoegd. Een mengsel van gist en rietsuiker waardoor koolzuur ontstaat, die vervolgens door de wijn wordt opgenomen en hem mousserend maakt. Juist dit proces onderscheidt een goede mousserende wijn van zijn goedkopere bruisbroeders.
De bodem in de omgeving van Épernay bestaat uit een dikke laag krijt. Dit geeft aan de druiven een specifiek karakter, maar het zorgt ook voor een constante temperatuur en een hoge luchtvochtigheid in de kelders van de stad. Ideaal om de perfecte bubbel te maken. Diep onder de grond vindt er een metamorfose plaats van gewone wijn naar een bijna edel produkt. En daar wilde ík dus getuige van zijn!
In tropisch Épernay overtuigde ik het gezelschap de tocht naar de Avenue de Champagne toch aan te gaan. De route die we liepen had weinig pittoresk Frans, eerder treurig, aftands en vooral heet… Toen ook mijn enhousiasme wegsijpelde was daar plots – als een fata morgana – een champagnewinkel mét kelder. Geen lift naar oneindige dieptes, maar gewoon een trap. Met een assortiment van de kleinere producenten uit de buurt. Hier kocht ik – onder andere – een Premier Cru Brut millésimé uit 2005 van Guy Charbaut.
Waar gewone wijn het resultaat is van druiven uit één oogstjaar, is champagne meestal een cuvée. Wijn uit verschillende jaren wordt met elkaar vermengd om kwaliteit en smaak te kunnen garanderen. Maar soms maken ze een millésimé, zoals die ene van Guy Charbaut. Een champagne met een jaartal. Een oogstjaar zo interessant, dat er een unieke variant van wordt gemaakt. Een champagne met een eigen karakter dus. Leuk!
Deze millésimé was een assemblage van een blauwe en een witte druif; tweederde pinot noir en eenderde chardonnay. Volgens strikte regelgeving wordt champagne gemaakt van pinot noir, pinot meunier en chardonnay, of een selectie uit dit drietal. En ja, de eerste twee zijn blauw. Gewoon een kwestie van na het plukken snel persen, dan heeft de kleur uit de druivenschil geen tijd zich te vermengen met het vruchtvlees. En voilà, het resultaat is een maagdelijk witte champagne!
Charbaut bezit slechts twintig hectare aan wijngaarden, maar is volgens hun eigen Facebookpagina vermaard in zowel het Parijse Lido als in Amerika. Maar of dat mij nu overtuigde..
Naar later bleek deed het fonkelende vocht, de fluwelige mousse, het frisse, het mineralige, maar vooral ook de volle smaak dat des te meer. Wat een verrassend glas en vooral, wat lekker! In combinatie met wat vette, zoute sprotjes als amuse was deze champagne helemaal om bij weg te dromen. Daarvoor wil ik best een keertje omrijden naar het Lido.

Bij het verlaten van de kelder was mijn behoefte ruimschoots bevredigd. De Avenue de Champagne hebben we nooit meer bereikt. Met onze dozen méthodes traditionelles en millésimés hebben wij de stad alsnog in allerijl verlaten. Wellicht is een nieuw bezoek aan Épernay noodzakelijk om mijn ongetwijfeld onjuiste beeld van het bovengrondse bij te schaven.
Maar wat zou het. Zoals Victor Hugo in 1838 al zei: “Épernay est la ville du vin de champagne, rien de plus, rien de moins!”
Hij en ik delen vooralsnog dezelfde mening…